Vlog over Peerke Donders
2 april 2020
Een kaartje van Peerke Donders
7 april 2020
Toon alles

NOVEEN GEBED

Initiatief Lievevrouweparochie Bergen op Zoom

Noveen bidden tot Peerke Donders

Sinds het uitbreken van Corona wordt in de Lievevrouweparochie van Bergen op Zoom een noveen gebeden. De eerste negen dagen werd door middel van dit noveengebed de hulp ingeroepen van O.L. Vrouw van Lourdes. Daarna werd gebeden tot O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. En nu is men begonnen met een noveen tot Peerke Donders.

Volgens pastoor Paul Verbeek heeft de keuze voor de Tilburgse zalige een relatie met de bevrijding. “Dit jaar vieren we samen dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. Rond de bevrijding 75 jaar geleden is veel gebeden tot Peerke Donders. De strijd tegen Corona is een oorlog die we samen moeten voeren. Daarom hebben we gekozen voor een noveen tot Peerke Donders. We vragen Peerke Donders om steun en bijstand in deze moeilijke tijden. ” In noveen zit het getal ‘negen’. Een noveen is een gebed dat men negen dagen op een rij bidt. Dat kan op een eigen gekozen moment. In de kapel van Peerke Donders worden sinds het begin van Corona uitzonderlijk veel noveenkaarsen gebrand of ze worden gekocht om mee naar huis te nemen. De Lievevrouweparochie van Bergen op Zoom heeft een noveengebed voor Peerke Donders ontwikkeld.

Bidden met

Petrus Donders


NOVEEN

Openingsgebed van elke dag

Heer en God, met groot vertrouwen wil ik in deze noveen mijn toevlucht nemen tot U. Ik doe dit op voorspraak van Uw Dienaar Petrus Donders. Laat hem voor mij bij U ten beste spreken. Toon mij Uw liefde en Uw goedheid, zoals U dat aan hem hebt gedaan.

En mocht datgene wat ik zo vurig wens mij niet zalig zijn, geef mij dan toch iets van het ware geluk, de vrede van het hart en een overgave aan Uw Heilige Wil die in alles moet geschieden.

Eerste dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Onze Vader die in de hemel zijt.

“Voorwaar Ik zeg u: Wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het U geven in Mijn Naam. Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in Mijn naam. Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij” (Joh. 16,23-24).

“Tot U zeg Ik: vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want alwie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, doet men open. Is er soms onder U een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, ofschoon gij slecht Zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem er om vragen” (Lc. 11, 9-13).

Hoeveel christenen leven echt in het besef dat God een Vader voor hen is en dat zij in de hand van God veilig geborgen zijn? Hoevelen zijn dankbaar en gelukkig door die gedachte dat God als Vader van hen houdt en alles voor hen wil doen?

Wij zullen zelf dikwijls met dit soort gedachten bezig moeten zijn, willen wij er echt van doordrongen raken.

Dikwijls zien mensen God slechts op een afstand. Hij is er, ergens, vaag, onbegrijpelijk; maar dat echte weten, dat vreugdevolle weten dat Hij bij mij is, dat Hij er is voor mij, dat mijn levenslot, mijn geluk Hem interesseert.

God, mijn Vader in de hemel… Die mij zoekt, maar die ik ook zelf zal moeten zoeken. Open je hart voor het feit dat Hij je nabij is in alle vóór en tegens van het leven…

“Intussen weten wij, dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben, van hen die volgens Zijn raadsbesluit geroepen zijn. Wat moeten wij hier nog aan toevoegen? Indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? En ik ben er van overtuigd, dat dood noch leven, engelen noch heerschappijen, heden noch toekomst, geen

krachten, hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel bij machte is ons te scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus, onze Heer” (Rom. 8, 28-39).

“Hoe troostig is het zich zelve in de handen van de Vaderlijke Voorzienigheid te werpen, die mij geroepen had”.

Brief Petrus Donders 13-11-1842.

Laat ons bidden:

God, wij durven U onze Vader noemen als wij tot U

bidden. Vul aan wat ons ontbreekt opdat wij waardig

worden Uw kinderen te zijn en bezit te nemen van het

erfdeel dat Gij voor ons bestemd hebt.

Heer onze God, Gij strekt Uw handen uit naar alle

mensen en in Uw trouwe zorg weten wij ons geborgen.

Geef dat wij als kinderen van eenzelfde Vader

elkander alle goeds toewensen en onze vreugde

vinden in het volbrengen van Uw wil.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Tweede dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Uw Naam worde geheiligd.

“Maar Mozes sprak opnieuw tot God: Als ik nu bij de Israëlieten kom en hun zeg: De god van uw vaderen zendt mij tot U, en zij vragen: Hoe is zijn Naam? Wat moet ik dan antwoorden…… (Ex. 3,12).

Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd. Alles is Mij door Mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren” (Mt. 11, 25-27).

“Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God.

Hij heeft zichzelf ontledigd

door het bestaan van een dienstknecht op zich te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis.

Daarom heeft God Hem zeer verhoogd en Hem de Naam gegeven die is boven alle namen, opdat in de Naam van Jezus zich alle knie zou buigen

van hemelingen, aardbewoners en hellegeesten, en alle tong belijden

tot eer van God de Vader:

Jezus Christus is de Heer (Filip. 2, 6-71).

De liefde voor Gods Naam is niets anders dan de liefde tot God onder een bepaald opzicht beschouwd. Door de naam wordt men genoemd, gekend, geprezen. Door de naam ook wordt men gevloekt, gelasterd.

Roem en schande aan de naam gebracht treffen de persoon, die hem draagt. God wil de mens redden door de eer van zijn Naam.

Als de mens God kent en erkent en Zijn Naam prijst, zal hij zalig zijn. Jezus bad tot de Vader: “Ik heb uw Naam bekend gemaakt aan de mensen die Gij Mij hebt gegeven uit de wereld” (Joh. 17,6) en het eerste wat Hij ons leerde bidden, was: “Vader, Uw Naam worde geheiligd, op aarde zoals in de hemel”.

De Naam van God is “Vader” en wij zijn zijn kinderen, tot lof van die Naam. “Aan degenen die Hem aanvaarden gaf het Woord de macht om kinderen Gods te worden, aan allen die in ZÜn Naam geloven” (Joh.

1,12).

Twee praktische gevolgtrekkingen:

We zullen er voor moeten zorgen dat de Naam van God steeds meer en steeds beter gekend gaat worden. We kunnen de eer van Gods Naam bevorderen door een goed woord op de juiste tijd, door een christelijke levenswijze, door christelijke goedheid zonder meer,

zodat anderen steeds meer eerbied krijgen voor de Naam van God.

En vervolgens: we moeten onze liefde voor Gods Naam uiten in de eredienst, de liturgie. We zullen ons intenser moeten aansluiten bij het Volk van God wanneer dit samenkomt om te zingen, te bidden, Gods

Naam te eren en te prijzen, in de Eucharistie en bij zovele andere gelegenheden.

Wie Gods Naam heiligt, zal ondervinden dat God werkelijk een Vader voor hem is en hij Zijn veelgeliefd kind.

“Uw Naam heb ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen” (joh. 17,26).

“Dan op de goede God stellen wi] al ons vertrouwen. Het is het werk van Hem, die alles bestuurt en aan Wie alles toebehoort en het is voor ZÜn meerdere eer en glorie en die gedachten bemoedigen ons”.

Petrus Donders, brief van 24-9-1844.

Laat ons bidden:

God, onze Vader, Gij hebt Uw Zoon tot ons gezonden en Hem volmacht gegeven om te handelen in Uw Naam. Geef dat wij Zijn gezag het hoogste stellen en ons nooit afwenden van Hem, door wie Gij tot ons

gesproken hebt.

God, Gij zijt een sterke burcht voor wie op U vertrouwt. Wees ons nabij nu wij Uw Naam aanroepen.

Zonder U kunnen wij maar weinig en zijn wij kwetsbaar tot de dood. Verleen ons steeds de hulp van Uw genade. Dan zullen wij Uw geboden trouw volbrengen en U behagen met het hart en metterdaad.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Derde dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Uw Rijk Kome

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer. En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jerusalem, van God uit de hemel neerdalen,

schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid. Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon: Ziehier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volk zijn, en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn, want al het oude is voorbij. En Hij die op de troon is gezeten is, sprak: “Zie Ik maak alles nieuw”.” (Openb. 21, 1-5).

“Zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid en dit alles wordt U in de schoot geworpen” (Mt. 6,33).

Er is geen woord des Heren dat dieper in onze ziel moet doordringen dan dit. Wat wij allereerst moeten zoeken, is niet iets van ons zelf. maar van God: zijn rijk en zijn gerechtigheid. De’ mens wordt echter

beheerst door een bijna onuitroeibaar egoïsme. “Allen zoeken het hunne, niet de dingen van Jezus Christus”. klaagt St. Paulus (Fil. 2,21). En Johannes herleidt heel het rusteloze streven van de wereld tot “begeertelijkheid des vleses, begeerlijkheid der ogen, en hovaardij des levens” (1 Joh. 2.16).

Voedsel, kleding, geld, genot, de tijdelijke dingen. Christus noemt dit alles: “Dingen waar de heidenen naar streven” (Mt. 6,32). Wat zal Hij zeggen van onze onrustige begeerte naar dingen die we eigenlijk niet

nodig hebben, luxe en rijkdom?

Heer, maak ons hart vrij van begeerte en onrustige bezorgdheid. vervul het met het sterke en brandende verlangen naar Uw heerschappij. Hoe moeten wij het Rijk Gods dan zoeken, Heer? Wij moeten geen ander verlangen kennen dan U te beminnen met geheel ons hart en met geheel onze ziel, want dat is Uw Rijk en zijn gerechtigheid in ons.

Geef ons, Heer, de zaligmakende honger en dorst naar de gerechtigheid, die volgens Uw woord verzadigd zal worden. Schenk ons het zuivere verlangen naar Uw Rijk. “Het Rijk Gods is gelijk aan een verborgen schat; slechts weinigen ontdekken hem en wie hem

vinden, geven blijde hun bezit om hem te verwerven”  (Mt. 13,44). En wie God werkelijk beminnen. zal merken dat “al het andere hem ook wordt geschonken als toegift” (Mt. 6,34).

“Vreest niet! Indien Gij God alleen zoekt en de zaligheid der zielen, dan hebt gij niets te vrezen. Genoegens of goederen weliswaar. kunnen wij U niet beloven; maar God zelf, zo wij hopen, zal ons en ook uw loon zijn, wijl Hij dit beloofd heeft”.

Petrus Donders, brief van 24-9-1844.

Laat ons bidden:

Heer. onze God, Gij hebt uw volk geroepen om in

deze wereld Uw Rijk te zoeken en de wegen van Uw

Zoon te gaan. Geef dat wij Hem edelmoedig volgen.

en vrij van al wat ons belemmert. alleen in U het

einddoel van ons leven zien.

God. in Jezus is Uw Rijk nabij gekomen. Help ons in

deze tijd over U te getuigen met woorden vol goedheid

en vrede. met daden vol liefde en vergeving. Dan

kunnen wij ook nu geloven dat Gij onder ons aanwezig

zijt en ons allen wilt redden.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Vierde dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Uw Wil Geschiedde.

“Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal binnengaan in het Rijk der hemelen, maar hij die de wil doet van Mijn Vader die in de hemel is “(Mt. 7,21).

“Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen én de mammon” (Mt. 6,24).

“Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders? En terwijl Hij Zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om Hem heen zaten, zei Hij: Ziehier Mijn moeder en Mijn broeders. Want Mijn moeder en Mijn broeder en Mijn zuster zijn zij, die de wil van God volbrengen” (Mc. 3, 34,35).

“Daarom zegt Hij bij Zijn intrede in de wereld: Slachtoffer noch gave hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid. In brand- en zoenoffers vondt Gij geen behagen; toen zeide Ik: Hier ben Ik

om Uw wil te volbrengen” (Hebr. 10, 5-6).

“Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede” (Lc. 22,42).

Wat de wil van God is voor mij? Wat God van mij vraagt, van mij met mijn persoonlijke aanleg en mijn individuele talenten, in mijn concrete omstandigheden? Het gaat op de eerste plaats om een volstrekt  gelóven in God, waardoor wij het inzicht krijgen om in alles wat er gebeurt, in mensen en dingen, Gods hand te zien en de wijze waarop Zijn liefde en vrede tot ons komt.

Wat belet ons vaak om Gods wil te zien en te begrijpen?

Ons egoïsme, onze begeerten en onze vrees, onze oppervlakkigheid en ons niet gericht zijn op het Rijk van God, in één woord: gebrek aan geloof en edelmoedigheid.

Indien wij God echt beter willen kennen, zal God Zich ook aan ons laten kennen en zullen wij steeds beter Zijn Wil begrijpen. Gods wil openbaart zich geleidelijk, naarmate onze eigen wil meer op Hem

afgestemd raakt.

Wie zich echt durft over te geven aan Gods wil, zal Gods leiding in zijn leven steeds beter gevoelen.

“Onderwerp U in alles aan de Heilige Wil en beschikkingen van God, die alles op Zijn tijd ten beste weet te schikken”.

Petrus Donders, brief van 5-10-1843.

“Alles zoals het de goede God zal willen en beschikken. Zijn heilige en aanbiddelijke Wil geschiede in alles. De goede God geve mij de genade om te volharden in Zijn liefde en in mijn Heilige Roeping”.

Petrus Donders brief uit Coronie, 18-8-1885.

Laat ons bidden:

Heer, allen die luisteren naar Uw woord en doen wat

Gij verlangt, prijst Gij gelukkig. Geef ons de kracht

Uw geboden te onderhouden en in alles Uw wil te

zoeken.

Almachtige eeuwige God, geef dat wij steeds met

toewijding Uw wil volbrengen. Maak dat wij U van

harte dienen met de eenvoud die wij verplicht zijn aan

Uw Majesteit.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Vijfde dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Geef ons heden ons dagelijks brood.

“Nu trad de verleider op Hem toe en sprak: Als Gij de Zoon van God zijt, beveel dan dat deze stenen hier in brood veranderen. Hij gaf hem ten antwoord: Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt” (Mt. 4, 3-4).

“Stel dat iemand van u een vriend heeît. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander dan van binnen uit antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het je te geven? Ik zeg: als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot U zeg ik hetzelfde: vraagt en U zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan” (Lc. 11, 5-10).

De zorg voor het dagelijks brood houdt velen van ons dikwijls gevangen. Heel begrijpelijk. Maar hoe dikwijls is het eigenlijk helemaal geen zorg voor het dagelijks brood, maar begeerte naar meer bezit, honger naar rijkdom en materiële genoegens.

Ons materialisme belet ons dikwijls de honger naar Gods Woord. En dan nog, van wat voor gehalte is dikwijls het voedsel dat wij zoeken. Amusement dat ons bederft, een verstrooiing die onwerkelijk is en

die ons telkens leger en eenzamer achterlaat. De mens die vervuld is van Gods aanwezigheid, de gelovige mens, weet dat ook het gewone alledaagse leven iets heiligs en moois is. Hij weet ook dat de eigenlijke sterking van het leven bestaat in het Brood des Levens. Christus zelf, in de Eucharistie, is die krachtige spijs, die sterkte geeft voor de strijd van

elke dag. Christus is Degene die alle grauwheid van het leven, alle moedeloosheid en uitzichtloosheid kan overwinnen.

“Ik ben het Brood des Levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen” (Jo. 6,35).

“God heeft ons niet tevergeefs leren bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood”.

Petrus Donders, brief van 16-4-1884.

Laat ons bidden:

God, almachtige Vader, dikwijls gaan wij op zoek naar

U, bewogen door eigen noden en verlangens. Maar

Gij hebt ons geen ander teken gegeven dan Jezus,

de Mensenzoon, het brood van eeuwig leven. Wij

vragen U: open onze ogen; dat wij dit teken verstaan,

en geloven in Hem die Gij gezonden hebt: Jezus

Christus, Uw Zoon en onze Heer.

God, onze Vader, het weinige dat wij bezitten, lijkt

ontoereikend voor de velen die met ons samen zijn,

maar gij hebt voorzien in alles wat wij nodig hebben.

Kom onder ons en breek met ons het brood. Maak het

weinige dat wij nodig hebben tot teken van Uw

overvloed.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Zesde dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Vergeef ons onze schuld ,zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

“Toen kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: Heer, als mijn broeder tegen mi] misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus antwoordde hem: Neen, zeg ik U, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventigmaal zevenmaal.

Het Rijk der hemelen lijkt op een koning…

Men bracht iemand bij hem die 10.000 talenten schuldig was. De koning kreeg medelijden en schold hem de geleende som kwijt.

Deze zelfde dienaar greep een ander echter bij de keel die hem slechts 100 denariën schuldig was en dwong hem te betalen. De koning hoorde er van, liet hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijt gescholden, omdat jü mij er om gevraagd hebt. Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medeltjden heb gehad?

En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben.

Zo zal ook Mijn hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt” (Mt. 18, 21-35).

“De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken” (Lc. 6,38).

Beseffen wij wat wij zeggen als wij bidden; Vergeef ons onze schuld, ZOALS ook wij aan anderen hun schuld vergeven? En hoe dikwijls gebruiken wij deze woorden niet in het Onze Vader!

Op de eerste plaats: onze eigen schuld ten opzichte van God. Hoevelen zijn er niet meer van overtuigd dat wij bij God in de schuld staan. Hoevelen hebben geen enkel besef meer van zonde en zondeschuld.

Maar wie enig idee heeft van God, weet wel hoe dikwijls de mens tekortschiet in het God liefhebben met heel ons hart en heel onze ziel, met geheel ons verstand en al onze krachten. En dan nog, de naaste

als onszelf!

Wij zelf zijn die dienaar die bij God om vergeving vraagt of het dikwijls “gewoon” vindt dat God ons vergeeft en dat Christus voor onze zonden gestorven is. Maar hoe kleinzielig, haatdragend, en misselijk zijn wij dikwijls om het kleine beetje te vergeven wat anderen ons -dikwijls niet eens express- hebben aangedaan.

Vergevingsgezindheid is een elementaire en onontkoombare eis van het christendom. Als wij menen dat ons gebed niet of slechts zelden verhoord wordt, dat God als het ware niet naar ons luistert, laten wij ons dan eens op dit punt onderzoeken.

“Als gij uw offergave naar het altaar brengt en U daar herinnert dat uw broeder iets tegen U heeft, laat dan uw offer voor het altaar en verzoen U eerst met uw broeder” (Mt. 5, 23-24).

De houding van Christus zelf was, toen hij het grootst denkbare onrecht verduurde op het kruis: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen” (Lc. 23,24).

Uit het Testament van Petrus Donders:

..Ik heb niets te beschikken, niets te bestellen, niets te zeggen; men mag mij begraven waar men wil; alleen deze twee dingen heb ik te verzoeken:

Vooreerst, vraag aan de gelovigen vergiffenis voor mij, indien ik hen soms in het een en ander mocht beledigd hebben ……”

Laat ons bidden:

Genadige God, wij zijn gevangen in onze onmacht en onze schuld maar wij vertrouwen op Uw erbarmen want bij U is vergeving. Maak ons rein en schep in ons een zuiver hart; dat wij elkaar vergeven, en de weg wijzen naar Hem die onze Verlosser is, Jezus Christus, onze Heer.

Barmhartige Vader, door Jezus hebt Gij ons geleerd geen kwaad met kwaad te vergelden. Schenk ons uw geest van vergevingsgezindheid; want met de maat waarmee wij meten, zullen wij gemeten worden, en

als wij zelf anderen van harte vrijspreken, zullen ook wij bij U vrijspraak vinden.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Zevende dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Leid ons niet in bekoring

Jezus werd door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. De verleider trad op Hem toe en sprak:

Als Gij de Zoon van God zijt…

maak van deze stenen hier brood…

werp U dan van hierboven naar beneden…

alle koninkrijken der aarde zal ik U geven, als U mij aanbid…

En Jezus zei tegen hem:

de mens leeft niet van brood alleen…

gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen…

de Heer Uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen… (Mt. 4, 1-10).

“Weest nuchter en waakzaam. Uw tegenstander, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij zal verslinden. Weerstaat hem, sterk door het geloof” (1 Petr. 5, 8-9).

Christus werd door de duivel bekoord in de woestijn. Hij wilde dat Christus verraad zou plegen aan zijn roeping en zending. HU wilde de Heer afbrengen van de weg van God, van het zoeken van Gods Koninkrijk en het vervullen van Gods wil. Maar Christus had hem

“door”. Resoluut stelde Hij Gods eer en Gods wil boven alles. Ook wij moeten bepaalde dingen in ons leven “door” hebben.

Dat het leven een strijd is en geen spel; en dan nog, wát voor een strijd. “Want niet tegen vlees en bloed gaat onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de lucht” (Eph. 6,12).

Gods bescherming waarvan de psalm spreekt, en zijn engelen staan ons bij. Door Christus’ zege op de Satan zijn ook wij in staat het boze in ons en in de wereld te overwinnen. Wij moeten ons er van bewust

worden om welke werkelijkheden uiteindelijk deze strijd gaat. God en de Satan strijden ook om ons leven, onze toekomst, onze wereld.

“Geve de goede God en Zijn Heilige Moeder, dat ik in mijn roeping mag volharden. Zeker mag ik op de hulp van de goede God en op de voorspraak van Maria en onze Heilige Vader Alfonsus vertrouwen,

maar, zoals ik hoor, verliezen zovelen hun roeping en hun kroon. Indien de cederbomen vallen, mag het zwakke riet wel vrezen”.

Petrus Donders, brief van 12-12-1869.

“De goede God, jegens Wie ik niet dankbaar genoeg kan zijn, heeft mij bewaard voor zovele gevaren waarin anders mijn zaligheid zou geraakt zijn; Hij gat mij de genade van dikwijls te bidden            ”

Petrus Donders, eigen levensschets 13-8-1879.

Laat ons bidden:

Almachtige God, zie goedgunstig neer op onze gebeden, en bevrijd onze harten van alle bekoringen, opdat wij een waardige woonplaats mogen worden van de Heilige Geest.

God, die iedere mens verlicht die in deze wereld komt, verlicht, vragen wij, onze harten met de glans van uw genade; opdat wij steeds datgene in gedachten hebben wat uw Majesteit waardig en welgevallig is, en U oprecht mogen beminnen.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Achtste dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Verlos ons van het kwade

“Een goed mens brengt uit de schat van zijn goedheid goede dingen te voorschijn, maar een slecht mens uit zijn schat van slechtheid slechte dingen. Ik zeg U: van ieder onnut woord dat de mensen spreken, zullen

zij rekenschap moeten afleggen op de dag van het oordeel, want naar uw woorden zult gij gerecht bevonden worden en naar uw woorden zult gij geoordeeld worden” (Mt. 12, 35-37).

“Niet wat de mens ingaat, maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid. Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bedoezelen de mens” (Mc. 7, 20-23).

“Allen struikelen wij vele malen…

En als gij bidt, verkrijgt gij niets, omdat gij slecht bidt; want wat gij vraagt wilt gij uitgeven voor uw boze begeerten” (Jac. 3, 2 en 4,3).

“Haat het kwade, weest het goede welgezind…

Laat U niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede” (Rom. 12, 9 en 21).

Het kwaad is het mysterie van deze wereld. Wij mogen daaraan niet lichtvaardig voorbijgaan. Alleen de echte gelovige ziet het kwaad In zijn volle omvang, maar ook hoe ondanks alle kwaad toch Gods liefde werkzaam is in deze wereld. Velen leven in een mentaliteit van: het is allemaal zo erg niet, of: zonde, kwaad, duivel, het zijn allemaal uitvindingen van de kerken.

Maar er is wel degelijk een macht van het kwade werkzaam in deze wereld. Slechts door de vereniging met Christus die in Zijn vlees de strijd met de zonde en de satan heeft aangebonden, kunnen wij het kwaad overwinnen. Jezus drijft de duivels uit. Jezus geeft ons de kracht om te delen in zijn overwinning op de boze.

Jezus wil dat wij in onze houding tegenover het kwaad twee fouten vermijden: oppervlakkigheid zowel als gebrek aan vertrouwen. Hij wil dat wij diep doordrongen zijn van de ontzaggelijke ernst van de geestelijke strijd die in de harten van de mensen wordt uitgevochten.· Hij wil dat wij de tragiek van de zonde in onszelf en in de anderen beseffen, dat wij treuren om het kwaad, en lijden om de zonde, zoals Hijzelf, God, is mens geworden om de straf der zonde te ondergaan in zijn schuldeloos lichaam.

Christus roept ons tenslotte toe: “In de wereld hebt Gij verdrukking te Iijden, maar schept moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Joh. 16, 33).

Uit het Testament van Petrus Donders:

“Ik betuig de gelovigen mijn droefheid over het zondig leven van velen, in weerwil van mijr: herhaalde vermaningen, en dat zi] toch eens eindelük begrüpen, hoe groot een kwaad de zonde is”.

“Wat zijn de zondaars toch ongelukkig en beklagenswaardig. Bidden wij de goede God, dat Hij hen verlichte en bekere” .

Petrus Donders, brief van lB-8-1885.

Laat ons bidden:

God, elke dag stoten wij op het kwaad in deze wereld, en ook in eigen leven ervaren wij hoe kwetsbaar en vergankelijk wij zijn. Hoe groot is Uw goedheid en geduld dat Gij ons telkens optilt uit de zonde en

nieuwe wegen met ons gaat. Geef ons de genade van een oprechte bekering.

Heer God, Gij hebt ons geroepen tot vrijheid, maar dikwijls zijn wij gebonden door het kwaad en zoeken slechts wat ons behaagt. Wij vragen U: Maak ons los van alle zelfzucht; bevrijd ons van het kwaad;

dat wij elkander dienen en overal van Uw barmhartigheid getuigen.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Negende dag

Openingsgebed: (zie blz. 8).

Thema: Wees gegroet, Maria

“De engel Gabriel werd van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazareth, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en sprak: Verheug U, begenadigde, de Heer is met U” (Lc. 1, 26-28).

Elisabet werd vervuld met de heilige Geest en riep met luide stem: Gij zijt. gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot” (Lc. 1, 41-42).

“En Maria sprak:

Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder:

daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd. En zie, van heden af prijs: elk geslacht mij zalig omdat aan mij zijn wonderwerken deed Hij die machtig is, en heilig is Zijn Naam. Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen.

Hij toont de kracht van ZÜn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven en rijken zendt Hij heen met lege handen… (Lc. 1, 46-53).

“Zijn moeder sprak tot de bedienden: Doet alles wat Hij u zeggen zal” (Joh. 2,5).

Het mysterie van de Menswording vervult ons altijd opnieuw met eerbiedige verwondering en dankbare bewondering. Hoe is God de mens nabij gekomen. Hoe is de mens door God verheven. Welk een openbaring van Gods Liefde. God draagt een menselijk gelaat en spreekt de taal van de mensen. Hij heeft onze verhoudingen aangenomen. En Maria is de uitverkorene door wie dit onpeilbaar geheim zich verwezenlijkt heeft. Moeder zou zij worden van de Zoon van de Allerhoogste. Waarlijk vol van genade en de Heer is met haar.

Maria beantwoordde de goddelijke uitverkiezing en door de genade werd in Maria een zo zuivere, eenvoudige en sterke vereniging met God teweeggebracht als wij ons niet vermogen in te denken. Maria wist zich volkomen over te geven aan Gods Heilige Wil: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar Uw woord”.

Zij geeft ons een bepaalde weg aan. Ook wij zullen moeten streven naar een diepe vereniging met God. Wanneer wij ons weten over te geven aan de Heilige Wil van God zoals Maria deed, dan zal Hij Die machtig is, ook aan ons grote wonderwerken doen.

“God gaf mij de genade van dikwijls te bidden en een zekere, schoon nog onvolmaakte devotie en liefde jegens Zijn Heilige Moeder Maria”.

Petrus Donders, eigen levensschets 13-8-1879

“Aan Maria schrijf ik, naast God, mijn roeping tot de priesterlijke staat, en later tot de religieuze staat toe”.

Petrus Donders, idem.

Laat ons bidden:

Heer onze God, neem ons leven in bescherming en wees ten alle tijde ons behoud. Help ons op de voorspraak van de heilige Maagd Maria in de noden van dit ogenblik en laat ons eens ervaren wat de eeuwige vreugde is.

God, Gij hebt de Heilige Geest geschonken aan Uw apostelen die in gebed verenigd waren met Maria, de Moeder van Jezus. Geef ons op haar voorspraak  de genade U altijd trouw te dienen en door woord en voorbeeld overal Uw heilige Naam bekend te maken.

Slotgebeden, gebeden tot Petrus Donders zelf en gebeden voor bepaalde intenties, zie blz. 23 en volgende.

Gebeden tot Petrus Donders

  1. God, die in Uw wonderbare Voorzienigheid uw dienaar Petrus Donders tot het priesterschap geroepen hebt en gewild hebt, dat hij zelfs voor de melaatsen alles werd, om allen voor Christus te winnen, geef, bidden wij U, dat wij naar zijn voorbeeld en door zijn voorspraak steeds uw H. Wil mogen volbrengen.

  2. God, die Uw dienaar Petrus Donders hebt ontvlamd in liefde voor U en voor zijn medemensen, geef, bidden wij U, dat ook wij door dezelfde gevoelens geleid mogen worden en wat wij ons op eenzelfde wijze mogen inzetten voor onze medemensen zoals Petrus Donders dit deed.

  3. Gezegende Petrus Donders, om de liefde welke u de goede God toedraagt en tevens om de liefde, welke u bezielt voor ons geestelijk en tijdelijke welzijn, nemen wij met groot vertrouwen onze toevlucht tot u en smeken wij u van ganser harte: Kom ons in onze nood te hulp.
    Wij verdienen verdienen uw bijstand niet, doch als gij ons niettegenstaande onze onwaardigheid helpt, dan schittert daardoor des te meer uw bekende goedheid en uw machtige invloed op het Hart van God uit.
    Toon U dan in waarheid ook voor ons een “goede Vader”, zoals U dat in uw leven voor ontelbaren geweest bent en verwerf ons de gunst waaraan wij thans zo grote behoefte hebben en waarom wij U nu met alle aandrang smeken.
    Gezegende Petrus Donders, verhoor ons gebed.

  4. O Jezus, uit Uw Heilig Evangelie blijkt zo duidelijk, dat Gij tijdens Uw sterfelijk leven ontelbare wonderen hebt gedaan door aan zieken de genezing te schenken. Maar, 0 Jezus, Gij hebt ook verklaard, dat dezelfde wonderen, ja nog grotere, zouden geschieden door degenen, die in U zouden geloven. Dit zijn op de eerste plaats Uw heiligen.
    Aan hen vooral wilt Gij Uw wondermacht meedelen en door hen Uw liefdevolle goedheid tonen.
    Daarom vragen wij U thans, 0 Jezus, Uw wondermacht, goedheid en liefde bijzonder te willen tonen door de voorspraak van de Zalige Petrus Donders.
    Door zijn voorspraak, 0 Jezus, vragen wij U de genezing van al de zieken, die, waar ook, hun vertrouwen op hem hebben gesteld, van al de zieken ook voor wie wijzelf persoonlijk willen bidden of die om ons gebed gevraagd hebben. 0 Jezus, bij Uw wondermacht, goedheid en liefde, smeken wij U met het grootste vertrouwen, door Pater Donders’ voorspraak om genezing, zelfs als het hun zalig is, om een plotselinge en algehele genezing.
    Op de voorspraak van Uw Dienaar Petrus Donders vragen wij U dit. Moge U in hem verheerlijkt worden.

Comments are closed.

MENU