Werken van Barmhartigheid

Peerke Donders zag het als zijn belangrijkste werk om het leven van melaatsen in Suriname te verlichten. Zijn naastenliefde is nog steeds een inspiratie voor velen. Hedendaagse vormen van naastenliefde, te zien in dit museum, zijn weer een inspiratie voor bezoekers.

Naastenliefde is sterk verwant aan barmhartigheid: het bieden van hulp aan mensen die in geestelijke of lichamelijke nood zijn. Een barmhartig persoon ervaart de nood die een ander lijdt, als een nood dat hijzelf lijdt. Uit naastenliefde wordt de nood gelenigd. In het katholieke geloof is naastenliefde een bekend gegeven. In het Nieuwe Testament lezen we een uitspraak van Jezus: “Want ik had honger en jullie hebben me eten gegeven, ik had dorst en jullie hebben me te drinken gegeven, ik was vreemdeling en jullie hebben me opgenomen, ik was naakt en jullie hebben me gekleed, ik was ziek en jullie hebben naar me omgezien, ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar me toe.”

Hieruit ontstonden de 6 werken van Barmhartigheid. In 1207 voegde paus Innocentius III daar een 7e werk aan toe.
De 7 werken van Barmhartigheid zijn:
1. De hongerigen te eten geven
2. De naakten kleden
3. De dorstigen te drinken geven
4. De doden begraven
5. De gevangenen bezoeken
6. De zieken verzorgen en bezoeken
7. De vreemden herbergen

De hongerigen te eten geven

Jezus zei: “Want ik had honger en jullie hebben me eten gegeven.” Dit werk van naastenliefde houdt in dat je eten geeft aan wie honger heeft en te drinken geeft aan wie dorst heeft. Uit dit liefdewerk zijn gaarkeukens ontstaan, voedselbanken en instellingen als ‘De Pollepel’ Een bekende Tilburger die zich met deze vorm van liefdewerk bezig houdt is Pater Poels. Hij brengt brood rond naar diegenen die voedselhulp nodig hebben. Ooit begon hij in zijn eentje, nu werken vele vrijwilligers met hem mee in de strijd tegen armoede.

De naakten kleden

Jezus zei: “Ik was naakt en jullie hebben me gekleed.” Een naakt persoon kom je niet vaak tegen. Iedereen gaat gekleed van huis. Toch vinden we dit liefdewerk in de huidige tijd terug. Er zijn veel initiatieven om diegenen die niet of moeilijk aan kleding komen te helpen. Via kledinginzameling komen kledingstukken terecht bij hulpbehoevenden, dichtbij huis of ver weg. Daarnaast bestaat er een bloeiende handel in tweedehands kleding en lukt het velen om er toch ‘hip’ uit te zien zonder veel geld uit te geven aan nieuwe kleren.

De dorstigen te drinken geven

Jezus zei: “Ik had dorst en jullie hebben me te drinken gegeven.” Dit werk van naastenliefde houdt in dat je eten geeft aan wie honger heeft en te drinken geeft aan wie dorst heeft. Uit dit liefdewerk zijn gaarkeukens ontstaan, voedselbanken en instellingen als ‘De Pollepel’.

De doden begraven

In 1207 voegde Paus Innocentius dit werk van naastenliefde toe aan de Werken van Barmhartigheid. Er heerste de pest, velen stierven en iemand moest de gestorvenen begraven. Dit werk van naastenliefde was een riskante taak. Hoe voorkwam je niet zelf ook ziek te worden?

De gevangenen bezoeken

Jezus zei: “Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar me toe.” Dit liefdeswerk gaat om meer dan het daadwerkelijk bezoeken van een gevangene. Het vergeven van iemand die zijn straf uitzit en hem een nieuwe kans geven, dát is het echte werk van naastenliefde. Barmhartigheid uit zich in het opnieuw opnemen van diegene die een fout heeft begaan, daarvoor geboet heeft, maar daarna wel weer een goede rol in de samenleving kan spelen. Een vorm van liefdewerk voor gevangenen is het schrijven van brieven door Amnesty International. Ook in Tilburg is een actieve groep die zich op deze activiteit richt.

De zieken verzorgen

Jezus zei: “Ik was ziek en jullie hebben naar me omgezien.” Wie kent het niet, de Zonnebloem. Vele vrijwilligers zetten zich in om zieken en hulpbehoevenden te bezoeken en activiteiten voor ze te organiseren. Daarmee zijn zij ‘gouden Peerkes’ van nu. Ook Tilburg kent groepen van de Zonnebloem die zich actief inzetten.

De vreemden herbergen

Jezus zei: “Ik was vreemdeling en jullie hebben me opgenomen.” In de middeleeuwen stichtten fraters en nonnen de eerste weeshuizen in Nederland. Tilburg had onder andere in de Capucijnenstraat een jongensweeshuis van de fraters van het St.-Antoniusgesticht. 36 jongens konden hier gehuisvest worden. Hedendaagse uitingen van dit 7e liefdeswerk is te zien in het opvangen van politieke vluchtelingen. Zij zijn vreemd in een nieuw land, waar zij afhankelijk zijn van de hulp van anderen.

MENU